Bloedprikken

BloedafnameSommige ziektes laten sporen na in je bloed. Daarom wordt soms bloed bij je afgenomen. Het bloed gaat naar het laboratorium, waar de laborant het onderzoekt. Zo weet jouw dokter beter wat er met je aan de hand is of welke ziekte je hebt.

Aan de beurt

In het ziekenhuis kom je naar de polikliniek Bloedafname. Je trekt een nummertje en wacht in de wachtkamer. Als je aan de beurt bent, verschijnt het nummer op het scherm. Je geeft je kaart en de verwijsbrief van de dokter.

Snel prikken

Dan ga je naar een grote ruimte, waar je gaat zitten op een stoel. Je krijgt een band om je arm, zodat de ader in je arm een beetje dik wordt. De laborant weet dan waar hij de prik moet zetten. Heel vlug prikt hij met een naald in je arm. Aan de naald klikt hij een buisje. De band gaat eraf en het buisje loopt vol bloed. Als je het een beetje spannend vind, kijk je gewoon de andere kant op!

Als er genoeg buisjes gevuld zijn, dan gaat de naald weer uit je arm. De laborant drukt met een watje op de plek waar de naald zat. Je krijgt een pleister over het wondje. De pleister mag je er na een paar uur weer afhalen, want dan is het wondje alweer heel.

Laboratorium

De buisjes met bloed worden naar het laboratorium gestuurd, waar ze in een grote machine worden onderzocht. Je hoort van de dokter na een paar dagen de uitslag van het onderzoek.

 
 

Wist je dat...

Als je je rechteroog sluit nooit over je rechterschouder kunt kijken?